dj             800px wobbegong                  
                                                                           Fragment uit ULTRA ...

Hoofdstuk 5

Boven aangekomen klommen ze snel weer aan boord van de Mermaid en maakten ze hun duikspullen weer gereed voor de volgende duik. Onderwijl waren ze zo druk en opgewonden aan het praten dat ze pas op het laatste moment in de gaten kregen dat er een schip tot heel dichtbij genaderd was. Het lag aan lijzijde te dobberen en zag er sinister uit. Het was een vrij groot modern plezierjacht. Pikzwart van kleur en voorzien van de modernste communicatieapparatuur. Tenminste zover Jaap kon beoordelen, hij herkende in ieder geval een satellietschotel en een moderne bolradar. Zelfs de ramen waren gitzwart en er was niemand aan dek. Ze reageerden op de aanwezigheid van het schip door lachend te gaan zwaaien en tegelijkertijd omslachtig aan de twee stalen hengels te gaan prutsen. Guido had deze eerder uit voorzorg helemaal gereed gemaakt zodat het net leek of ze al heel lang aan het vissen waren. Terwijl Jaap weer lachend naar het schip begon te zwaaien zei Guido vanuit zijn mondhoek: 'ik
zal die engerds is oproepen via de megafoon.' Hij dook de kajuit in en voordat hij terug was klonk er een zwaar dof geronk en met een korte zwaai draaide het sinistere schip weg van de Mermaid en verdween met een enorme snelheid in de verte. 'Hij heeft jet-motoren,' zei Jaap, 'daarom is hij zo snel.' 'Wat zijn dat?' en hij vertelde dat een jet-motor werkt op het principe van aan de ene kant water aanzuigen en het aan de andere kant er met een enorme kracht weer uit spuiten. Die motoren zijn zo in te bouwen dat het schip 180° om zijn as kan draaien, en omdat het geen schroeven nodig heeft kan het in zeer ondiep water varen.
'Ik vraag me af hoelang dat schip hier al lag voordat wij boven kwamen,' zei Guido. Jaap haalde berustend zijn schouders op en nadat alles was opgeruimd en ze later ontspannen aan dek aan de koffie zaten vroeg Jaap zich af wat er eigenlijk in de halve bollen zou zitten. Het leek wel een sciencefiction verhaal, het zag er allemaal zo onnatuurlijk uit met die lichtblauwe kleur. 'En er bewogen ook schaduwen hè?, heb jij dat ook gezien?' 'Ja,' zei Guido, 'volgens mij zitten daar vissen in. Misschien wel haaien.' 'Nou ik weet het niet,' zei Jaap peinzend. 'Laten we maar terug gaan en er maar eens over na gaan denken wat nu te doen.' 'Hoezo, wat nu te doen, terug gaan natuurlijk.' 'Ja, maar niet meteen, misschien is het wel zinvol om van der Plas in te schakelen. Alhoewel ik eerst wel eens wil weten van wie dat zwarte schip is. En hoe zit dat met die Chico?, die vertrouw ik ook voor geen meter.' 'Ja,' beaamde Guido, 'vragen genoeg. Laten we die eerst maar een zien te beantwoorden.' Na een poosje maakten ze het schip voor vertrek gereed en voeren ze weer terug naar de duikschool.

De volgende morgen voeren de jongens met de Mermaid naar de stad en meerden ze direct af achter de pontjesbrug. Om daarna gezellig ieder met een Nederlandse krant te gaan ontbijten. Ze ploften neer op een terrasje en al snel kwam de eigenaar informeren wat ze wilden gebruiken. Na hun bestellingen te hebben opgegeven verdiepten ze zich in hun kranten. Tot hun stomme verbazing stonden hun foto's nog steeds op de voorpagina met alle bijzonderheden van de aanval op het boorplatform en de redding van Tim. Het was geschreven in een stijl van een avonturenroman en het was dan ook hier en daar behoorlijk aangedikt. Boven hun foto stond in grote zwarte blokletters "MONSTERKREEFT". De eigenaar van de zaak begon verdacht om hen heen te draaien en eindelijk kwam hij naar hen toe met de vraag of hij hun handtekening mocht hebben. Verbaasd keken de jongens hem aan, en al snel bleek dat ze de helden van de dag waren. 'Goh,' zei Guido, 'ik dacht dat alles al over gewaaid was.' Na het bericht nog eens over gelezen te hebben vermoedde Jaap dat Tim hier de hand in gehad heeft gehad. Dat moet haast wel, alles is zo gedetailleerd. Dat moet hij geweest zijn. 'Ook een manier om aan de weg te timmeren,' zei Jaap glimlachend om de woordspeling. 'Dat vind ik anders helemaal niet zo leuk, dat maakt ongewenste personen alleen maar attent op "onze gang".' 'Ja, daar kan je wel eens gelijk in hebben,' antwoordde Jaap peinzend. Plotseling kwam van der Plas binnen stuiven, hoewel
het nog niet het warmste deel van de dag was, gutste het zweet van zijn gezicht en zijn witte overhemd vertoonde grote onsmakelijke donkere plekken onder zijn armen en rug. Opgewonden begon hij een spervuur van vragen op de jongens af te vuren zonder een antwoord af te wachten.Of ze iets bijzonders hadden ontdekt bij het schip van Roberto en of het waar was dat ze de weduwe van Roberto waren op wezen zoeken. En waarom ze weer waren terug gegaan naar de gang waar die Tim vast gezeten had in zijn bootje. En waarom ze het in hun hoofd gehaald hadden om zonder zijn toestemming met de Mermaid weer terug naar de kust van Bonaire te gaan, het was daar veel te gevaarlijk met al die riffen. Ze hadden nauwelijks ervaring met zijn schip laat staan met deze plek van de onberekenbare Caribische zee. Laat staan dat ze ervaring hadden met het duiken
Beduusd staarden de jongens hem aan en toen hij uitgeraasd was viel er een bedremmelde stilte. Zo hadden ze hem nog nooit gezien en na enige tijd zei Jaap met een hele rustige stem: 'Dat kan dan wel wezen maar de Mermaid heb je ons in bruikleen gegeven zonder enige beperking aan te geven. Dus die vlieger gaat mooi niet op.' 

Later op de ochtend merkte de jongens wat voor een consequenties zo'n krantenartikel kan hebben. Overal waar ze kwamen werden ze herkend. De Mermaid lag afgemeerd aan de grote kade, met de pontjesbrug vlak achter hun achtersteven. Deze pontjesbrug is een heel oud en uniek exemplaar en de naam zegt het al, hij is op pontjes gebouwd. De brug wordt dan ook letterlijk open en dicht gevaren. Hij heeft tevens een belangrijke functie want hij verbindt de wijk Punda met de wijk Otrabanda en is alleen geschikt voor voetgangers en fietsverkeer. Later is er een paar honderd meter verder de baai in nog een grote hoge boogbrug gebouwd, zodat het gemotoriseerde verkeer niet helemaal om de baai hoeft te rijden, en dat scheelde al snel 45 minuten. Het bleef altijd een fascinerend gezicht wanneer er groot passagiersschip de haven binnen voer de grote lage en lange pontjesbrug statig als een oude dame open te zien varen. Aan deze lange kade was de vismarkt gevestigd. Iedere morgen meren de vissers hun schilderachtige scheepjes hier af en verkopen daar hun waar. Eigenlijk is het de bedrijvigste plek op het eiland. Niet alleen is het een kleurrijk schouwspel maar het vormt ook een schitterend decor, want op de achtergrond zijn de oude hoge patriciërshuizen een prachtig geheel met hun verschillende kleuren en de jongens stonden versteld hoe alles een beetje op Amsterdam leek. Dat klopt natuurlijk ook wel, want de huizen zijn duplicaten van de grachtenpanden in Amsterdam met hun geveltjes en ornamenten. Maar daar houdt iedere gelijkenis ook op. Alle voorgevels hebben hun eigen kleur, de één lichtblauw of zacht roze of oker geel. Dit alles, te samen met de kleurrijke mensen is het een lust voor het oog.


Een volslanke in de typische karakteristieke kleding gestoken Curaçaose kwam naar de jongens toe, omhelsde ze één voor één en met een brede grijns riep ze de lachende omstanders toe wat voor een helden de jongens waren. Beduusd stonden de jongens om zich heen te kijken, want het leek wel of iedereen ineens de behoefte had om het de hand te komen schudden of op hun schouders te slaan. Voorzichtig maakten ze zich los van de omstanders en liepen snel terug naar het restaurantje waar ze ontbeten hadden. Ze gingen naar binnen en namen plaats achter in de zaak, een beetje uit het zicht en bestelden koffie. De eigenaar kwam met de bestelling naar hen toe, keek schichtig om zich heen en zei tussen zijn tanden door dat er twee mannen naar hen geïnformeerd hadden. Meteen waren de jongens geïnteresseerd en vroegen hoe die mannen er uit zagen. Aan de beschrijvingen herkenden ze meteen Chico, de onguur uitziende man op het feestje bij van der Plas, de andere man konden ze niet plaatsen. Ze bedankte de man hartgrondig en verlieten via de achteringang de zaak. Via een sluipweggetje kwamen ze bij de plek waar de Mermaid lag afgemeerd. Niet ver daarvan stond een zwarte limousine geparkeerd met donkere ramen. Hier komen we niet langs,' zei Jaap. 'We gaan zwemmen,' zei Guido. En zo gezegd zo gedaan. Ze liepen als toerist de pontjesbrug op en na een paar meter klommen ze via de leuning van de brug naar beneden tot op het pontje. Ze trokken hun kleding uit op hun onderbroek na en lieten zich in het water zakken. Sommige mensen trokken verbaasd hun wenkbrauwen op maar liepen gewoon door. Sommige toeristen doen alles om op te vallen, je hoorde het ze denken. Het was rond het middaguur en de zon was op zijn heetst, dus een erge straf was het niet om het water in te gaan. De afstand naar de Mermaid was ongeveer een meter of 30. Ze haalden diep adem en zwommen onder water rechtstreeks naar de achtersteven van de Mermaid. Dankzij hun vele oefenen de laatste weken kostte hun dat niet al te veel moeite. Zachtjes kwamen ze omhoog en voorzichtig klommen ze via het duiktrappetje aan boord. Op hun buik gleden ze de kajuit binnen en gluurden door de patrijspoorten naar de wal.

De wagen stond nog steeds op dezelfde plek en er was geen beweging te zien. 'We moeten hier weg,' zei Jaap. Guido knikte en zei 'laten we terug gaan naar de grot. We gaan voor anker een paar mijl verderop van de gang, en zwemmen dan naar de grot.' Jaap was het met hem eens en samen maakten ze het schip vaargereed. Na een half uurtje wachten ging de pontjesbrug open voor een vrachtschip en met een snelle beweging maakte Guido de trossen los van de wal. En terwijl de Mermaid op volle kracht weg draaide van de kade en richting de open brug stoof gingen de portieren van de limousine open en stapten drie mannen uit. Eén van hen richtte een kijker op het schip, Jaap duwde Guido naar beneden en dook zelf ook de kajuit in, waar hij het andere stuurwiel omvatte en tegelijkertijd de gashendels nog verder naar voren duwde. Met een hoge snelheid verdween de Mermaid richting open zee en Jaap richtte haar boeg richting Venezuela in de hoop dat hun achtervolgers de verkeerde conclusie zouden trekken. Na een kwartiertje waren de contouren van Curaçao nauwelijks meer te zien en Jaap verlegde de koers naar Bonaire. Hij zette de automatische piloot aan en zette zich naast Guido op het dek in de zon. Die had inmiddels de duikuitrusting volledig na gelopen en alles lag keurig gereed op het achterdek. Nadat ze een blikje ijskoude cola hadden open getrokken zei Jaap tegen Guido dat hij zich zorgen begon te maken, want nadat hij er over nagedacht had en alles nog eens optelde kwam hij tot de conclusie dat dit al de zesde keer was dat ze lastig gevallen werden. Vragend keek Guido hem aan, en hij legde uit dat de eerste keer een zwarte limo hen observeerde nadat ze thuis kwamen tijdens het feestje van der Plas en hij noemde alle gebeurtenissen weer eens op. De gouverneur notabene die met zijn zwarte limo ineens Evelyn kwam condoleren en zijn mannen die het huis ongevraagd begonnen te onderzoeken. Eén van die mannen was dezelfde ongure persoon die ze tijdens het feestje hadden gezien. Toen ze afscheid namen van Evelyn voor haar huis stond dezelfde zwarte limo een paar honderd meter verder weer met dezelfde rare snuiter die hen stond te begluren met een kijker. En wat dacht je van dat grote zwarte jacht dat zo dichtbij kwam dat het leek of ze de Mermaid wilde enteren. En dan had je ook nog die mannen die navraag naar hen hadden gedaan. En weer die zwarte limo op de kade die hun in de gaten hield. 

'Hum,' zei Guido nadenkend, 'je kon wel eens gelijk hebben. Als je alles zo achter elkaar zet is het uitermate verontrustend. Wat zouden ze van ons willen,' dacht Guido hard op. 'Wat dacht je, dat lijkt mij duidelijk, op een één of andere manier zijn die lui er achter gekomen dat er iets bijzonders aan de hand is. Want wat wij ontdekt hebben is natuurlijk sensationeel, we zullen er dan ook voor moeten waken dat het uiterst geheim blijft. Niemand, maar dan ook niemand mag iets van onze ontdekking weten. En dat krantenknipsel van Tim heeft er natuurlijk ook geen goed aan gedaan.' Nadat ze er nog een tijdje over nagedacht hadden kwamen ze tot de conclusie dat er waarschijnlijk een verband moest zijn tussen die monsterkreeft van Tim en de mannen die hen in de gaten hielden. Jaap stond op controleerde hun koers en zei dat hij een slaapje ging doen. Na een half uurtje losten ze elkaar af en toen ze op de plaats van bestemming arriveerden waar ze weer redelijk uitgerust. Jaap voer nog een mijl door om niet direct in de buurt van de gang voor anker te gaan. Ze gebruikten een stevige maaltijd en controleerden voor de tweede keer hun duikuitrustingen. Ze namen twee luchtflessen elk mee plus nog een extra mes. Nadat ze hun extra zware harpoenen hadden gespannen lieten ze zich achterover in het diep blauwe water vallen, spuugden in hun brillen en lieten zich via de anker ketting naar beneden zakken.

Op deze plek was het wat dieper dan bij de onderwatergang, onderweg moesten ze een paar keer stoppen om hun oren te klaren want die gingen behoorlijk zeer doen. Toen Jaap op de zeebodem arriveerde vlak naast een groot rif wat bezaaid was met anemonen met de meest fantastische kleuren keek hij op zijn diepte meter en zag dat ze op 25 meter zaten. Toch
kon hij nog redelijk om zich heen kijken De zonnestralen kwamen zelfs tot hier en lieten een langgerekt rif zien met de meest rare vormen die veroorzaakt werden lang geleden gestorven micro-organismen en afgestorven koraal. Hier was ook een overvloed van zwart koraal en hij bedacht dat het maar goed was dat de toeristen dit nog niet ontdekt hadden. Die kans was gelukkig zeer onwaarschijnlijk omdat de afstand veel te ver weg was van de plaatselijke baaien van waaruit men gewoonlijk vertrok.

Jaap bepaalde met behulp van zijn kompas de richting en rustig zwommen ze terug naar de ingang van de onderwatergang. Ze genoten van hun omgeving, alles was nog zo ongerept alsof hier nog nooit een mens geweest was. Guido bedacht zich dat dit best wel eens mogelijk zou kunnen zijn. En de gedachte alleen al benam hem bijna de adem, het idee overweldigde hem zo dat hij even doodstil in het water bleef liggen en zijn onmiddellijke omgeving nog eens met extra aandacht in zich opnam. Het zand was spierwit en ondanks de diepte speelde de zonnestralen nog door het heldere blauwe water.Na enkele minuten naderden ze de ingang van de gang. Je moest echt goed kijken om hem te ontdekken, twee overhangende riffen dekten de ingang nagenoeg af en hadden er een soort sluis van gemaakt. Ze keken nog eens goed om hen heen, controleerden hun uitrusting nog eens, maakten een seinlijn vast aan hun riem en zwommen daarna voorzichtig
de donkere gang in. Jaap knipte zijn lamp aan en hoopte in stilte dat de monsterkreeft niet in de buurt zou zijn. Vlak voordat ze de grot in zouden zwemmen hield Jaap nog even stil en seinde aan Guido of alles nog in orde was. Na een bevestigend rukje aan de seinlijn zwommen ze heel langzaam de grot in. Weer overviel Jaap het gevoel van totale bescheidenheid, hij voelde zich zo klein en nietig terwijl hij stil hangend in het water de diepte in keek. Hij vermoedde dat hij wel zo'n 100 meter boven het grondoppervlak zweefde. De verlichte halve bollen straalden nog steeds hun geheimzinnig licht uit en vreemde zachte schaduwen bewogen heen en weer.


De stilte in de grot was overdonderend, hij durfden nauwelijks adem te halen bang als hij was om herrie te maken. Na enkele seconden keek Jaap naar Guido en wees naar boven, die knikte en voorzichtig zwommen ze naar het plafond. De grote pegels die aan het plafond hingen leken veel op stalactieten uit een druipsteengrot. Alleen hier viel niets te druipe, Ze waren enorm groot zoals alles wat ze zagen. Een vreemde witte kleur bedekte de punten van de pegels. De draden die aan de pegels vast zaten leken net op hele dikke lianen, ze hingen naar elkaar toe en gebundeld verdwenen ze in de diepte. Toen de jongens dicht bij zo'n bundel kwamen voelde ze een lichte trilling in het water die steeds sterker werd. Ook een soort zware zoemtoon werd hoorbaar. Het eerste geluid wat Jaap hoorde op zijn ademhaling na. Guido wenkte naar Jaap om niet dichter bij te komen, hij stak zijn duim op als teken dat hij het begrepen had en zachtjes lieten ze zich zakken langs de draden naar beneden. Na een paar minuten keek Jaap op zijn diepte meter en tot zijn grote verbazing wees die nog steeds 25 meter aan. Dat was dezelfde diepte als bij de ingang van de gang terwijl hij toch zeker wist dat ze inmiddels wel weer 25 meter gezakt waren. Hij maakte zich nogal bezorgd over de druk van het water. Maar hij had vreemd genoeg nergens last van, normaal moest hij om de paar meter wel zijn oren klaren maar nu had hij het gevoel alsof hij vlak onder het wateroppervlak zwom. Hij stopte even en wees naar zijn oren, Guido knikte stak zijn duim op en trok tegelijkertijd zijn schouders op. Ook hij wees vragend op zijn dieptemeter die ook op 25 meter stond terwijl ze inmiddels toch weer een paar meter gezakt waren. Langzaam drong het tot Jaap door dat ze op een één of andere manier hier in deze enorme grot geen last hadden van de waterdruk.

Voorzichtig lieten ze zich verder zakken, de lichtgevende halve bollen werden steeds groter en groter. Na een paar minuten bereikten ze de bodem van de grot en vol ontzag zochten ze zich een weg tussen de enorme halve bollen. Hij keek omhoog en ontdekte dat zo'n bol nog hoger was dan een flatgebouw. Voorzichtig zwommen ze vlak over de bodem langs één zo'n halve bol en hij zag ineens een paar schaduwen bewegen in de bol. Hij bleef stokstijf in het water hangen en zijn adem stokte.Guido merkte de reactie van Jaap en kwam voorzichtig dichterbij, na een paar seconden stak Guido een hand op en bewoog hem heen en weer. Tot hun verbazing begon de schaduw aarzelend terug te wuiven. Jaap verslikte zich haast want Guido begon hem zenuwachtig op zijn schouder te slaan. Nog meer schaduwen kwamen dichterbij, het was onmogelijk om contouren te herkennen maar dat het levende wezens waren was hun wel duidelijk. Jaap maakte nog een paar bewegingen en die werden prompt nagedaan. Guido pakte de hand van Jaap en begon die verwoed te schudden. Jaap had moeite om stil in het water te blijven hangen en zag toen tot zijn verbazing dat de schaduwen begonnen te wenken. Ze wezen met gestrekte armen naar een punt wat duidelijk een stuk verderop moest liggen. De figuren gingen een eindje weg, wenkten en kwamen daarop weer terug om wederom te wenken. Guido en Jaap keken elkaar eens aan en allebei tegelijk zwommen ze de aangewezen richting in. De figuren aan de andere kant van de bol volgden hen met druk makende bewegingen.

 

Interesse?  This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

                                                                                           DJ Producties