zee-klein                          
                                     
     C'est la Vie                                                        

 

Dit zijn korte verhalen. Namen, personages, plaatsen en gebeurtenissen zijn ofwel aan de fantasie van de schrijver ontsproten, ofwel fictief gebruikt. Elke overeenkomst met werkelijke gebeurtenissen, locaties of personen, dood of levend, berust op louter toeval.....Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit script mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, het zij elektronisch, mecanisch, door fotocopie-ën, opnamen, of op enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

Copyright© by Dick de Jong. No part of these story's may be reproducted in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission from the publisher.

Deze of andere verhalen kunnen e.v.t. geplaatst worden, voor nadere info/toestemming This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.   ©2007

 

 

 

 

KORTE VERHALEN 

Een uittreksel uit de bundel 'C'est la vie' . Waarin een aantal korte verhalen bijeen zijn gebracht. 

De bundel is inmiddels uitgebracht uitgegeven via www.dj-producties.nlwww.boekscout.nl en www.uitgeverijeigenboek.nl

 

Oudenaarde

Kort geleden bezocht ik het stadje Oudenaarde in België. Ik werd meteen verliefd op de stadskern. Wanneer je het centrum binnen rijdt wordt je getroffen door het sfeervolle oude stadshart. Het wordt gedomineerd door een prachtig stadhuis wat haar prachtige gevels en ornamenten permanent trots tentoonstelt. Wanneer je, via de VVV welk gezeteld is onder in het stadhuis, je laat rondleiden door een gids beland je onder in het stadhuis. Dan stap je echt terug in de tijd van de 16e eeuw. De Benedenlakenhalle is de thuishaven van een indrukwekkende collectie Oudenaardse wandtapijten. Oudenaarde was van de 16e eeuw tot het einde van de 18e eeuw één van de belangrijkste leveranciers van wandtapijten. Zij vormden een wezenlijk onderdeel van de toenmalige industrie en vonden een afzet over heel Europa. Oudenaardse wandtapijten zijn nog altijd synoniem voor groenwerk of 'verdures'. Toch werden er heel wat andere genres uitgeweven in telkens verschillende kwaliteiten.

Behalve twee 18e eeuwse stukken, die eigendom zijn van de kerkfabriek van de O.L.-Vrouw van Pamelekerk, zijn alle tentoongestelde wandtapijten in de Benedenhalle afkomstig uit de verzameling van de stad. Heel mooi zijn bijvoorbeeld twee 16e eeuwse 'Landschappen met pergula en grote beesten'. Beide wandtapijten zijn gebaseerd op hetzelfde karton maar geven door aanpassingen en het gebruikte materiaal een ander beeld. Uit dezelfde periode dateert de bijbelse voorstelling van een episode uit het leven van Jozef. Beeldtapijten gebaseerd op populaire pastorale romans, zoals 'Gombaut en Marcée' of met legendarische thema's zoals de 'Geschiedenis van Scipio en Hannibal', werden geproduceerd in het begin van de 17e eeuw. Van de populaire thema's uit de 18e eeuw, zoals de 'Metamorfosen van Ovidius' of de wandtapijten naar Teniers, worden ook exemplaren getoond.De mooiste reeks wordt gevormd door de drie 16e eeuwse Alexanderwandkleden. Zij zijn, met recht, de pronkstukken van de verzameling. Die alleen al dwingen je tot een bezoekje aan Oudenaarde.

Wanneer je er toch bent loop dan ook eens de Sint-Walburgakerk binnen. Het samenspel van de middeleeuwse sfeer, de met rijk aan beeldhouwwerk versierde, houten en stenen olychromiebeeldjes, historische wandtapijten en schilderijen doen je het zwijgen toe. In de noordbeuk van de kerk is er nog steeds een kapel met altaar, toegewijd aan de patroonheilige van de tapijtwevers, de H.Barbara.

Kortom Oudenaarde, voor de liefhebbers van wandtapijten, een bezoekje waard.

 

 

Wonder

Laatst trakteerde ik mijzelf eens op een ritje met een stoomtrein en al snel merkte ik dat ik niet de enige liefhebber was. De museumlijn Hoorn - Medemblik is altijd druk bezocht en het prachtige stationnetje was vol met mannen met camera's die zenuwachtig rond liepen gebrand als ze waren om de mooiste foto's te maken en veel gezinnen liepen druk heen en weer om alles goed te bekijken om maar niets te hoeven missen.

In het oude rijtuig waarin ik had plaatsgenomen zat tegenover mij een Opa met zijn kleindochtertje. Ik schatte haar op een jaar of zes en ik zag aan haar gezichtje dat ze het allemaal wel heel spannend vond. Eenmaal op weg vroeg ze, terwijl ze stralend naar buiten zat te kijken, haar Opa zijn oren van het hoofd. De houten banken zaten niet echt lekker maar daar had ze absoluut geen erg in, zeker niet toen er een echte conducteur het oude prachtig gerestaureerde rijtuig binnen stapte en met veel plezier op haar vragen in ging.

Koud was hij weg of er kwam een juffrouw binnen die een wagentje voortduwde waar van allerlei lekkers op stond. Toen ze eindelijk haar keuze had bepaald zaten ze gezellig met zijn tweeën weer naar buiten te kijken. Het landschap rolde langzaam aan ons voorbij en het was grappig om te zien dat bijna iedereen die het treintje in de gaten kreeg spontaan naar ons begon te zwaaien. Het gefluit van de locomotief, de stoom- en rookwolken die vlak langs ons raam vlogen en de sfeer in de trein was een beleving op zich.

Iedere keer moest het stoomtreintje stoppen, dan sprong er een man van de trein die met een rode vlag ging zwaaien om het verkeer bij een overgang stil te zetten, de trein reed dan de overweg over en stopte dan weer om de man de gelegenheid te geven weer op de trein te stappen. En dat ging maar door, de man had het er maar druk mee en liep dan ook regelmatig met grote snelheid van achteren door de trein naar voren onderwijl hard de zware tussendeuren van de treinstellen achter zich dicht gooiend. 

Na weer eens zo'n snelle doortocht klonk plotseling het harde dichtslaan van de deur gevolgd door een afschuwelijke gil, snel draaide ik mijn hoofd om en zag het meisje met een spierwit gezichtje de vingers van haar rechterhandje omklemmen. In een flits begreep ik wat er gebeurd was en terwijl ik mij omdraaide zag ik hoe Opa haar in zijn armen nam. Snel keek ik om mij heen en nam de situatie op, we reden met een slakkengangetje midden tussen de velden en ik begreep dan ook meteen dat koeling en snelle medische hulp op dit moment uitgesloten was. Het snikken van het kleine meisje in de armen van haar Opa deed mijn hart omdraaien en ik zag hoe hij voorzichtig probeerde haar vingers te bekijken maar dat liet ze in al haar pijn en verdriet niet toe. 

Plotseling werd hij op zijn schouders getikt en radeloos draaide hij zich om, achter hem stond een man die vroeg of hij er even bij mocht en terwijl de Opa een stapje opzij deed aaide de man even over haar hoofd en zonder iets te zeggen haalde hij haar handen uit elkaar wat ze tot mijn verbazing ook nog toe liet. Diepe snikken welden uit haar keel op en met grote betraande ogen keek ze hem aan terwijl deze haar gekwetste hand vast pakte. Haar vingertjes zagen rood en werden al een beetje blauw en bezorgd keken we toe hoe hij voorzichtig controleerde of ze gebroken waren. Daarna gebeurde er iets merkwaardigs, hij nam haar pijnlijke hand tussen zijn beide handen keek haar aan en zei: 'rustig maar, het is zo over'. En zo bleven ze even staan terwijl de andere passagiers toe keken zag ik hoe het meisje kalmeerde en met haar vrije hand haar tranen weg veegde. Na een paar minuten zei de man tegen haar:'Zie je wel, niets aan de hand, je bent een grote meid'. Gaf haar een klopje op haar hoofd draaide zich om en ging weer op zijn plaats zitten.

Terwijl het meisje nog geschrokken nasnikkend weer op haar Opa's schoot kroop knikte deze de man dankbaar toe. Toen ze helemaal gekalmeerd was en zichtbaar tevreden weer aan haar chocomelkflesje lurkte vroeg de Opa haar of de pijn helemaal weg was. 'Ja hoor Opa, ik voel niets meer... hoe deed die meneer dat?' En terwijl hij vanuit de verte de man nadenkend bekeek moest hij het antwoord schuldig blijven. Later heeft hij haar geprobeerd uit te leggen dat er mensen zijn die dit soort dingen kunnen terwijl eigenlijk niemand weet hoe dat kan. 'Eigenlijk is het een soort wonder, hè Opa?' Hij keek haar aan en kon niets anders tegen haar zeggen dan: 'Ja, eigenlijk wel meid, het is eigenlijk een soort wonder'.

 

Belevenis

Van de zomer ging ik, zoals ik wel vaker doe, even zwemmen in zee. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik maar tien minuten fietsen van de eb- en vloedlijn woon en mag dan ook graag zo na het avondeten nog lekker langs de dijk en het strand fietsen. Handdoek uitgerold, kleren uit en dan lekker poedelen. Het was laag water dus ik moest een heel eind het water in lopen voordat ik ook maar iets kon doen wat op een zwembeweging zou lijken. Met de avondzon op mijn gezicht en het geluid van de meeuwen in mijn oren trok ik nog net tussen de golfbrekers mijn baantjes.

Plotseling dook nog geen drie meter van mij vandaan iets uit het water op, in eerste instantie schrok ik een beetje want ik herkende niet meteen wat ik zag. Het had een rare kop met snorbaarden en voor de rest was het spekglad, maar toen ik zijn brutale glanzende ogen zag wist ik ineens wat daar op mij toe kwam zwemmen... een zeehondje. Nu wist ik wel dat er een gezonde populatie op en nabij de zandplaat de Razende Bol woonde maar zo dichtbij had ik er nog nooit één gezien. Na een paar seconden dook hij weer onder en al watertrappelend lag ik de gebeurtenis een beetje te verwerken toen hij weer opdook maar toen nog geen meter van mij vandaan. We keken elkaar recht in de ogen en wat hij zag beviel hem waarschijnlijk want toen ik begon te zwemmen zwom hij een eindje met me mee. Daarna zwom hij tweemaal een rondje om mij heen alsof hij afscheid nam en dook toen voor het laatst onder. 

Tot op de dag van vandaag koester ik deze belevenis en iedere keer dat ik weer de zee in loop kijk ik stiekem om mij heen of mijn kleine vriend er misschien is.

 

Verliefd

Regelmatig overkomt het me, tegen beter weten in en hoewel ik het niet aanmoedig kan ik het niet ontwijken. Maar ja, mijn verstand zet me onmiddellijk weer met beide benen op de grond en gelukkig is de roze bril iedere keer weer van korte duur. Ik loop dan te koeren als een duif en mijn collega's worden gek van mijn gezang samen met de radio. Het krijgt ook geen kans bij mij hoewel er ergens in mij een ondeugend mannetje met zijn ellebogen tegen de hartkamerdeur bonst van... eh... en dan fluistert zou je niet...? Het blijft toch een speciaal gevoel. 

 

Vrouw

Ik was moe, ruim vierenhalf honderd kilometer in één keer achter het stuur gaat niet in je koude kleren zitten, dus met een zucht liet ik mij zakken op het koude stalen stoeltje van het wegrestaurant. Voor mij op tafel stond een vaas met een plastic bloemetje en de menukaart stond beduimeld te wachten in een kartonnen houder. De verlichting was fel door de overdaad aan TL- lampen, op de vloer lag versleten zeil wat ooit een motief van tegels moet hebben gehad. Door de combinatie van licht en vuile ramen was het onmogelijk om naar buiten te kijken dus nam ik maar een tafeltje in het midden van de zaak. Bij de serveerster bestelde ik een uitsmijter, zij noteerde het op een klein beduimeld bloknootje en maakte toen met een niet fris uitziende lap de tafel schoon, onderwijl mij lonkend aankijkend vanachter haar te grote kunstmatige wimpers. Vermoeid schudde ik haast onmerkbaar met mijn hoofd en zichtbaar geïrriteerd slofte ze naar de keuken. 

Twee tafeltjes verderop zaten een man en een vrouw tegenover elkaar aan tafel de gezichten vlak bij elkaar, heftig met elkaar te praten. Hun vuile borden stonden nog tussen hen in en ik kon op afstand zien dat het geen prettig gesprek was. Hij was een wat oudere man gekleed in een afgedragen zwart kostuum en met schoenen die lang geleden eens gepoetst waren geweest. Zijn bijna kale hoofd glom in het licht van de TL- lampen en hij had zich duidelijk een paar dagen niet geschoren. Zijn ogen lagen diep weggezonken in hun kassen en hij zag er dodelijk vermoeid uit. Zij was een fris uitziende jonge vrouw met prachtig rood haar wat met grote slagen om haar gezichtje viel tot op haar schouders. De fijn besnaarde trekken van haar gezicht trokken mijn onmiddellijke aandacht. Bewonderend liet ik mijn blikken langs haar contouren glijden en iedere keer weer werd mijn blik naar het stel getrokken.

Zo en profiel was de tegenstelling van die twee mensen erg groot en mijn sympathie ging uit naar de vrouw, zeker toen de man bij iedere gloedvolle zin bezitterig haar bovenarm vastpakte en zij die iedere keer met een pijnlijk gezicht weer losmaakte. Net toen mijn bestelling arriveerde klonk er geschreeuw en verstoord keek ik op, de vrouw stond met vlammende blikken haar tafelgenoot aan te kijken terwijl deze verwoedde pogingen deed om zich schoon te vegen. De tafel lag voor hem op de grond op zijn kant en rolde nog zachtjes heen en weer, een groot deel van de vuile borden, glazen en etensresten sierden zijn schoot. Woedend draaide de vrouw zich om en verliet met opgeheven hoofd het restaurant terwijl de man zich naar het toilet spoedde om wanhopig te proberen de schade te herstellen.

Een paar minuten later passeerde de man mijn tafeltje en bleef even stilstaan, hij keek mij een paar ogenblikken met een fronsende blik aan en zei toen op een gesmoorde toon: "Trouw nooit een bloedmooie vrouw wanneer je het niet kan betalen", en met een zucht slofte hij naar buiten.

 

 

Hell's Angel

Hij liep heel ontspannen en gelukkig te wandelen, aan zijn hand liep zijn dochtertje van 4 die van alles wilde weten. Ze vroeg letterlijk overal een verklaring voor, de woordjes 'waarom' en 'waarvoor' leken wel in haar mondje vast gebakken. Geduldig legde hij haar uit dat niet alles lijkt zoals het is en gaf een paar simpele voorbeelden. De zon speelde met haar blonde haartjes en vrolijk huppelde zij naast hem voort. 

Om de weg terug naar huis wat korter te maken sloeg hij een steeg in en nadat ze deze een eindje in waren gelopen klonk er een enorm motorgebrul. Het donderende geluid weerkaatste tegen de hoge muren. Aan het eind van de steeg draaide een zware motor de hoek om en kwam hen langzaam tegemoet. Er op zat een in een zwart leren outfit geklede man die een vervaarlijke uitziende helm op had. Op zijn jas zaten fel gekleurde emblemen en op zijn laarzen zaten grote ijzers. Zijn dochtertje kroop wat dichter tegen hem aan en haar handje kneep hard in zijn hand. En onwillekeurig sloeg de angst naar hem over, zeker toen de motor vaart minderde en zo'n vijf meter van hem vandaan stopte. De man bleef even stil zitten en keek hen vanonder zijn borstelige wenkbrauwen aan. Een grote warrige baard piekte overal onder de helm vandaan en zijn kleding zag er vaal en versleten uit. De motor daar in tegen blonk je van alle kanten tegemoet, het overdadige aanwezige chroom weerkaatste als een spiegel. 

Aarzelend bleef hij stilstaan terwijl hij al bukkend zijn kleine meisje beschermend op de arm nam. De motorrijder stapte langzaam af, opende een zadeltas en haalde er iets uit. De man draaide zich om keek hem met verrassende blauwe ogen aan, knikte vriendelijk en een brede hartelijke grijns spleet zijn gezicht in tweeën. Terwijl hij langs hen liep aaide hij de kleine meid nog even over haar haren en verdween in een deur van een gebouw achter hem. In zijn hand had de vader een doktersvalies herkend en terwijl hij het naambord naast de ingang las begreep hij dat het een arts was die zijn kliniek was binnen gegaan. "Kijk", zei hij tegen zijn dochtertje, "dit was nu de dokter".

 

 

 

                                    Bestellen?    This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

                                                                             DJ Producties